woensdag 27 maart 2013

Smartboard: wat kunnen we er mee?

Zoals jullie weten beschikken beide locaties van het Talencentrum over een Smartboard. Fantastische uitvinding volgens de één, een ware verschrikking volgens de ander... Nerves of steel? Klik op de link om te zien hoe erg het kan zijn! 

Om taferelen als in het filmpje van Leraar24 te voorkomen heeft Talencentrum Leeuwarden net twee trainingen gehad van Henk Kuijs, docent Natuurkunde aan het Vavo. Omdat dit een heel ander soort onderwijs is als Talenonderwijs leek het mij leuk om de software te downloaden en te kijken wat wij er in onze lessen mee zouden kunnen doen. Ik zal eerst kort de basis doornemen voor de mensen die de training niet hebben kunnen volgen, so here we go!

Opstarten
Voordeel van ons Smartboard is dat het automatisch aan gaat als je de computer opstart. Hier is dus niks moeilijks aan! Wil je controleren of de software werkt? Kijk dan naar het groene lampje aan de zijkant van het bord: als dit gewoon groen brandt, werkt alles naar behoren en kun je beginnen. Soms is de beamer een beetje scheef en zul je het bord moeten ijken, omdat je anders constant naast hetgeen klikt waar je eigenlijk op wilt klikken. Dit kan je doen door de twee knoppen onderaan het bord tegelijk ingedrukt te houden. Op je scherm verschijnen dan allemaal punten die je aan moet raken in het midden en hierdoor weet het bord weer waar op gereageerd moet worden.

Let op! Dit ijk-scherm reageert op loslaten en niet zozeer op aanraken! Je kan dus je vinger over het hele bord slepen, maar je moet in het midden van de ijkpunten loslaten!

Onder het bord liggen de pennen waarmee je op het bord kan schrijven. Als je een pen oppakt zul je zien dat er een lampje gaat branden. Zo weet het scherm welke kleur het moet gebruiken. Probeer te onthouden dat je vingen ook als pen fungeert als je een pen uit het bakje hebt gehaald. Als je bijvoorbeeld wilt scrollen met een pen in je hand, dan zul je eerst de pen terug moeten leggen of op de knop met het zwarte pijltje (bovenin je scherm) moeten klikken. Als je dit niet doet teken je tijdens je scroll poging allemaal nieuwe strepen op het scherm!

Als het scherm aan is zul je gewoon je eigen bureaublad zien, net als op een gewone computer. Je kan nu opstarten wat je nodig hebt: een Word document, een Prezi presentatie of een presentatie die je hebt voorbereid met de software van Smart Notebook. Deze software kan je thuis op je computer downloaden als je dat zou willen, zodat je op een gewone computer je les kan voorbereiden.

Aan de slag

Tip! Probeer tijdens het werken eens het beeldscherm van de computer uit te zetten. Hierdoor is het minder verleidelijk het scherm te gebruiken als groot uitgevallen computerscherm. Je kan het scherm gewoon aanraken en je vinger gebruiken als muis en als pen!

Aan de zijkant van je scherm zie je een grijs vlakje met daarin twee pijltjes. Als je hierop klikt verschijnt een werkbalk met daarin dingen die je kan gebruiken, zoals pennen, een bordenwisser en de Notebook software.


Onderin zul je een tandwiel zien. Dit icoontje stuurt je naar de instellingen en hier kan je kiezen welke items je in je werkbalk wilt hebben. De icoontjes kan je gewoon naar je werkbalk slepen met je vingen en daar vervolgens laten vallen.

Bovenin het scherm van het Smartboard op het Talencentrum zie je ook een klein grijs vlak met daarin het woord Smart. Hier kan je op klikken om een kleine selectie van de mogelijkheden te zien, zoals een foto maken van je scherm en het verwijderen van de inktlaag (de dingen die je met de pennen of je vinger op het bord hebt geschreven).

Tip! Als je aan de slag wil gaan, klik dan gewoon eens op de knoppen om te kijken wat ze doen. Ze spreken vaak voor zich! Een aantal van de knoppen komt ook aan bod in de bespreking van de mogelijkheden van het Smartboard.

Mogelijkheden 
Lezen: ik zou een tekst via Word of internet op het scherm op kunnen roepen. In deze tekst kan ik belangrijke passages highlighten of ik kan belangrijke woorden onderstrepen. Dit doe ik door boven in het scherm op het pijltje bij het pen icoon te klikken, waarna een dropdown menu verschijnt. Hier kies ik vervolgens voor de stift. Ik kan nu met mijn vinger over de tekst slepen om te highlighten. Voor onderstrepen pak ik gewoon een pen uit een van de bakjes.



Als we als groep een kort verhaal lezen zou ik afbeeldingen van de hoofdpersonen toe kunnen voegen, of misschien zelfs afbeeldingen van de locatie waar het verhaal zich afspeelt. Hierdoor wordt het verhaal een stuk levendiger!

Hier zou ik de magische pen heel goed kunnen gebruiken!

Vocabulaire: Deze woorden zou ik kunnen verzamelen in het Smart Notebook, waarna ik er mee kan gaan spelen. Cursisten kunnen de woorden groeperen door ze naar elkaar toe te slepen, of ik zou met behulp van het schaduwscherm een overhoring kunnen doen. Het grijze deel van het scherm is nu van boven naar beneden te slepen, maar ook van beneden naar boven en van links naar rechts. Als je het nu naar beneden zou slepen zou je kunnen zien dat er onder het scherm 'woorden' staat.


Door de cursisten gebruik te laten maken van het Smartboard zorg ik er voor dat ze lichamelijk ook actief betrokken zijn bij de les en dit kan natuurlijk nooit kwaad!

Het leren van bepaalde kernwoorden (bijvoorbeeld begrippen die vaak in het werkveld voorkomen) kan natuurlijk heel goed door middel van de eerder besproken mindmap of door concept-mapping.

Verder las ik op internet iets over Do Now opdrachten. Dit zijn korte opdrachten die bij binnenkomst van de cursisten al op het bord staan. Het opzoeken van een definitie van een woord zou hiervan een voorbeeld kunnen zijn. Dit is een korte manier om even snel de aandacht van de cursist te vestigen op het bord en op het vak..

Schrijven: Stel dat je je cursisten iets wilt leren over het proces van schrijven. Ik gebruik hiervoor vaak de POWER methode, wat staat voor Pre-writing, Organising, Writing, Editing and Revising. Ik zou nu een voorbeeld schrijfopdracht in de Notebook software kunnen zetten en projecteren op het scherm. Nu kan ik Pre-writing op het bord laten zien door een woordspin te maken. De opzet die we hiermee maken kan gegroepeerd worden om Organising te laten zien.

Voor Editing kan ik paragrafen verslepen om te laten zien dat volgorde belangrijk is in een tekst. Ook hier kan ik de highlighter functie weer gebruiken om goede en slechte passages of zinnen te laten zien.

(Originele tekst via nu.nl)

Cursisten kunnen dit vervolgens ook zelf doen met hun eigen tekst, waardoor ze weer lichamelijk betrokken worden bij de les.

Luisteren: Ik zou een video op het scherm af kunnen spelen. Als er in de video belangrijke dingen te zien zijn die bijdragen aan het begrijpen ervan zou ik de video kunnen pauzeren en dat wat belangrijk is kunnen omcirkelen. Ook vond ik op internet de website van een ESL docente uit Amerika. Zij heeft verschillende luisteractiviteiten op haar website geplaatst die heel goed zouden moeten werken op het Smartboard. Neem een kijkje bij de luisteractiviteiten via deze link. De rest van haar website is ook erg handig moet ik zeggen..


Spelletjes: Een spel als Pictionary is het eerste dat in mij opkomt als ik denk aan spelletjes en Smartboards, maar het Smartboard biedt ook de mogelijkheid om korte spelletjes in te voegen via de Galerij. Je vindt deze door de Smartnote software te openen. Je ziet dan een soort 'afbeelding' icoontje aan de zijkant van je scherm. Hier kan je op klikken en dan kijken naar de interactieve materialen die je kan invoegen. Op deze manier hoef je zelf het programmeren niet meer te doen en kun je de les even onderbreken. Via de website van Smart, Smart Exchange, kan je ook andere spelletjes downloaden, zoals Bingo of Jeopardy... Prima te gebruiken om voorkennis te activeren! Deze website is ook via het Smartboard te bereiken door op Smart Exchange te klikken in de Galerij.

Om bestanden te downloaden heb je wel een account nodig, maar dit is gelukkig gratis. Je vult een aantal gegevens in, waarna je een e-mail krijgt met daarin een link of je account te bevestigen. Hierna kun je bestanden downloaden door op de groene download knop te klikken. Je kan het bestand nu gelijk openen, of eerst opslaan en dan openen. Ik heb Jeopardy (hier heet het Waagstuk) even gedownload om te testen en dit is erg makkelijk. Na downloaden open je het bestand en kan je zelf vragen invoeren. Ook de regels zitten er in zodat het voor iedereen duidelijk is hoe het werkt. Ideaal! Als je het wilt spelen open je dus het bestand op je Smartboard en kiezen de teams een bedrag waar ze voor willen spelen. Door hier op te klikken op het scherm komt vervolgens de vraag naar voren.



Grammatica: Bij het bespreken van voorzetsels zou ik misschien een afbeelding van een poppenhuis op het scherm kunnen laten zien. De poppen zouden dan door de cursisten op verschillende plekken geplaatst kunnen worden door te slepen. Voorbeeld: The doll is on the bed (even snel geïmproviseerd)..


Voor het bespreken van de tijden zou ik een tijdlijn kunnen maken waarover ik heen en weer kan slepen om dit te illustreren.



Social media: Social media kan ook heel goed gebruikt worden op een Smartboard. Ik zou mijn cursisten over een bepaald onderwerp kunnen laten Twitteren door ze gebruik te laten maken van bepaalde hashtags (een hashtag ziet er uit als een hekje #. Door het hekje te typen, gevolgd door een woord of zin kan je makkelijker informatie zoeken op Twitter). Deze berichten zou ik met Tweetchat op het scherm kunnen laten zien zodat we het kunnen volgen. Hierin zou eventueel ook samengewerkt kunnen worden door Leeuwarden en Heerenveen, bijvoorbeeld als meerdere docenten dezelfde hashtag gebruiken. Deze verschijnen dan allemaal in dezelfde berichtenbox op het scherm.

Activerende werkvormen: Naast eerder genoemde voorbeelden kan, bijvoorbeeld om samenwerkend leren te bevorderen, ook gebruik gemaakt worden van het Smartboard. Denk hierbij aan Denken-Delen-Uitwisselen en  Expertgroepen, waarbij de cursisten tijdens het uitwisselen gebruik mogen maken van het bord.

Verder zou ik de cursisten hun eigen aanwezigheid kunnen laten registreren op het Smartboard. Je hebt de mogelijkheid om lijntjespapier als achtergrond in te stellen. Cursisten kunnen dan bijvoorbeeld hun eigen naam op de lijst schrijven, nadat ze deze gespeld hebben (je kan het alfabet niet vaak genoeg herhalen natuurlijk...). Als je hier elke keer een nieuwe pagina voor gebruikt in hetzelfde bestand heb je ook gelijk je presentieregistratie digitaal...

Conclusie
Zoals jullie kunnen merken barst ik van de inspiratie! Ik heb er zin in en ik hoop dat ik het Smartboard voor jullie zo ook iets toegankelijker heb gemaakt. Ik ben benieuwd naar jullie plannen en ervaringen, dus plaats ze in een reactie zodat we ze kunnen lezen!

Lotte

maandag 4 maart 2013

Ik heb een account op Edmodo, wat nu?

Oh yeah! (Bijna) Alle docenten op het talencentrum hebben nu een account op Edmodo! Dit betekent dat jullie in de omgeving (Edmodo dus) zijn geweest en enig idee hebben gekregen over hoe het werkt. Ik heb gemerkt dat we in onze vorige blog nog niet alle onderdelen van Edmodo behandeld hebben, dus in een poging om alles uit te leggen schrijf ik nu Edmodo, deel 3.

Eerst even een terugblik naar de vorige blogs, want wat stond daar nou precies in?

Blog 1 : Edmodo : social networking voor scholen
Hier heeft Lotte beschreven hoe je:
  • Een account maakt
  • Jezelf in een groep kan toevoegen (join group+code)
  • Hoe je een groep kunt maken (create group)
  • Hoe je een note of assignment in een groep zet.
  • Hoe je een quiz of poll in een groep zet
  • Hoe leerlingen hun werk kunnen inleveren ('turn in') en dat jij hun werk via dezelfde knop (turned in) kunt bekijken
  • Hoe en waarom je een cursist een badge geeft.
Is er iets in deze blog niet duidelijk? Laat het ons dan weten!

Blog 2 : Edmodo part 2: gebruik in je lessen
Hier heeft Lotte beschreven hoe je Edmodo kunt gebruiken in je les:
  • Door er schrijfopdrachten op te plaatsen
  • Door het als communicatie middel te gebruiken
  • Door er taaloefeningen op te plaatsen
  • Door het te gebruiken voor rollenspellen
  • Door coachen en/of ouders ook in de groep te laten zodat die kunnen zien wat er gedaan word tijdens de lessen.
Ook hier: meld het even als iets niet duidelijk is!

We hebben dus al redelijk wat behandeld wat betreft Edmodo. Iedereen zou met deze twee blogs dus al een aardige start kunnen maken.Om alles te weten over Edmodo mis je nog een aantal elementen namelijk:
  • Hoe vul je je 'Library' ?
  • Hoe kunnen leerlingen bij de informatie in de library (folders)?
  • Waar is de teachers lounge voor?

Hoe vul je je Library (zodat je makkelijk materialen aan notes & assignments kunt koppelen)?

Allereerst ga je naar de Edmodo website en log je in met je gegevens. Je komt dan op je thuispagina.Links bovenin zie je een icoon dat lijkt op een stapel boekjes, klik hierop:

Je komt dan op dit scherm:



Bij jullie is de Library waarschijnlijk (nog) leeg, ik heb er al wat mappen en materialen in staan. Nu ga je naar ' Add to Library'  waar ik een grote rode circel omheen heb gezet. Je ziet dan dit:


Je kunt nu een document van je computer uploaden, bijvoorbeeld een word bestand van een opdracht die je normaliter uitprint. 

Als je op link klikt:


Hier kun je een link uploaden die je vaak gebruikt. Ben je nog op zoek naar websites die handig zijn? Kijk dan eens op onze pinterest pagina! Knip/plak de link in de bovenste balk, zet vervolgens je cursor (dat pijltje van je muis) in het onderste balke ' Title of web page' , Edmodo haalt nu de naam van de website automatisch op zodat je het niet zelf in hoeft te vullen. Bedenk je wel dat je het misschien een ' handige' naam wilt geven. 

Heb je iets toegevoegd? Klik dan op Add. Je ziet nu jouw link vanzelf verschijnen in je Library. Echter, je cursisten kunnen hem nog niet zien. Daarvoor moet je het bestand of de link eerst in een map zetten. Maar dan moet je natuurlijk eerst een map (Folder) aanmaken. Dit gaat zo: klik op ' new' 



Je krijgt dan dit schermpje te zien:


Je kunt hier dus een map (folder) maken door gewoon een naam te verzinnen, bijvoorbeeld 'grammar'. Je vinkt vervolgens de groepen aan waarvan je wilt dat die toegang hebben tot deze map, bijvoorbeeld 'CIOS' . Vervolgens klik je op create. Voilà je hebt een map gemaakt. Je mag nu weer trots op jezelf zijn! 

Nu is het nog handig om iets in die map te zetten. Ik ga weer verder met mijn bastrimbos link die ik net heb toegevoegd. Klik 1x op het icoon van het document of de link die je aan de cursisten wilt laten zien. In mijn geval dus de website van bastrimbos:

Zoals je ziet verschijnt mijn icoon nogmaals aan de rechterkant van het scherm. 

Klik nu op ' Folder' , waar ik dus een dikke ronde streep op heb gezet. Vink de map of mappen aan waarin je dit wilt zetten en klik op ' apply' . Je hebt nu een map met iets erin, en je leerlingen kunnen het nog zien ook! 

Hoe zien mijn leerlingen de mappen? 

Ok, je hebt nu een bestand of link ge-upload, een map gezet en je ge-uploadde bestand in die map gezet. Ook heb je de map toegekend aan een groep. Way to go! Maar hoe zien die leerlingen die mappen nou? 

Ga naar de homepage en ga naar een groep die jij hebt gemaakt voor je cursisten. Ik kies hier mijn cios groep. Klik op de groep. 

Je bent nu in de groep. Klik op ' Folders' 


Je ziet nu welke mappen je met deze groep deelt (cursisten kunnen deze niet bewerken, alleen gebruiken). Je kunt hier dus ook een map verwijderen. 

Wil je zien wat er in een map zit? Klik er dan op zoals ik hieronder met de map 'grammar' gedaan heb. Ook hier kun je een bestand of link verwijderen of iets toevoegen (rechts bovenin 'add to folder' )


Waar is de teachers lounge voor?

De teachers lounge is een groep die Lotte heeft gecreerd voor docenten. Het gaat erom dat we met docenten onderling een platform hebben waarin we elkaar vragen kunnen stellen (over ICT gebruik maar -en dat is vooral hoe ik het zie- ook over alledaagse dingen zoals beschikbaarheid van ruimtes, ziekte, weetjes ,etc ). Iedereen kan deze vragen en antwoorden zien. Op die manier hoeven vragen geen tweede keer gesteld te worden en is de vraag en het antwoord altijd beschikbaar mocht je het nog een keer na willen kijken. 
We zouden hier ook notules kunnen posten in een note, of andere mededelingen doen naar elkaar. Wil je in de teachers lounge? Kies dan voor ' join'  boven je groups en gebruik deze code: tk9a3r 

Conclusie

Tot zo ver de derde (!) blog alweer over Edmodo. Zoals je al doorhebt zijn wij reuze enthousiast over deze website en gebruiken we hem vaak. Wat het mij oplevert is vooral heel veel tijd. Cursisten gaan vanzelf aan het werk met de opdracht die ik heb klaargezet voor ze. Ze vragen vaak elkaar als ze iets niet snappen, in plaats van aan mij (samenwerkend leren). Ik heb nu meer tijd voor individuele begeleiding zoals het oefenen van spreken/gespreksvaardigheid of het bekijken van portfolio's. Soms is zelfs dat gedaan en heb ik tijd om wat extra contact te leggen met de leerlingen (of collega's ;)). Als je je afvraagt wat cursisten vinden van Edmodo dan heb ik tot nu toe onderstaande feedback ontvangen in deze glog :




Tot slot:

Wil je het liever eens zien allemaal? Gebuik dan youtube. Tik in wat je zoekt bijvoorbeeld ' Edmodo' en dan voeg je toe ' how to' . Nu komen er allerlei filmpjes tevoorschijn die je kunt gebruiken (ik doe dit echt vaak en daardoor lijkt het alsof ik alles weet, en dat is dus niet zo). Ik heb al enig voorwerk voor jullie gedaan en hieronder een aantal filmpjes geplaatst. Kies er eens eentje uit en bekijk die. 


How to turn in an assignment:




How to add a link to your post:



How to add a profile picture:


How to create, submit and grade an assignment:


How to use Edmodo in your classroom:

How to award badges in Edmodo: 





En... zoals altijd is Feedback welkom, en vragen ook. You know where to find us!

Groetjes, Roos

zaterdag 9 februari 2013

Edmodo part 2: suggesties voor gebruik in lessen!

Een hele goede sneeuwerige zaterdagochtend! Wat fijn om te zien dat de Edmodo blog die we eerder geplaatst hebben zo goed bekeken wordt! En hierom presenteren wij u: Edmodo deel 2: hoe kun je dit nou eigenlijk gebruiken in je lessen? Op Pinterest vond ik een slide show met daarin 20 manieren om aan de slag te gaan met Edmodo. Ik wilde een aantal van deze slides met jullie delen, dus hier gaan we!
  • Schrijfopdrachten. Schrijven kan een krachtig leermiddel zijn, maar we weten allemaal hoe groot het risico is dat je bedolven raakt onder papier! En dan moet het ook allemaal nagekeken worden! Door een schrijfopdracht op Edmodo te plaatsen kun je cursisten de kans geven om elkaars werk na te kijken. Hierdoor kunnen cursisten elkaar gelijk feedback geven, nieuwe ideeën opdoen voor volgende schrijfopdrachten, zelfvertrouwen krijgen over de ideeën die ze gebruikt hebben en ze leren om andermans werk te beoordelen. De gegeven feedback kan vervolgens onderdeel zijn van een klassengesprek. Je zou een opdracht bijvoorbeeld in een Note kunnen zetten, waarna de cursisten in een reactie daarop hun schrijfopdracht posten zodat deze zichtbaar is voor alle leden van de groep. Je zou de opdrachten ook kunnen verdelen onder groepjes met verschillende deadlines, zodat je niet al het werk in één keer op je bureau/Edmodo account krijgt. Edmodo biedt de optie om binnen een groep weer kleinere groepjes te beginnen, dus dit zou een mooie kans zijn om daar eens mee te oefenen voor als je later een groter project op wilt zetten via Edmodo! 
Als je een kleine groep aan wilt maken, klik je op Small Group in de balk boven in. Klik hierna midden in je scherm op New Small Group, kies een naam en klik op Create.
Je komt nu in een nieuw scherm waarin je de naam van je net aangemaakte Small Group ziet staan. Klik hier op om leden toe te voegen. Er verschijnt aan de linkerkant een lijst met alle leden die in je basisgroep zitten. Als je hier op een cursist klikt, kun je hem of haar naar je nieuwe Small Group slepen om ze toe te voegen.  

Opdrachten waar je aan zou kunnen denken :  
Schrijf een brief naar een Disney karakter. Stuur de brief op en krijg een foto met handtekening terug! Hierdoor kunnen cursisten met het schrijven en adresseren van een echte brief en ze krijgen er nog een beloning voor ook!
Organiseer een soort Flat Stanley evenement. Cursisten krijgen een Flat Stanley (of een knuffeltje bijvoorbeeld) mee en schrijven een fotoverslag over waar hij allemaal met ze geweest is. Hierdoor leren cursisten een dag of week in hun leven te beschrijven. Bijkomend voordeel voor talen: een goede oefening met de verleden tijd!
Gebruik writing prompts. Cursisten krijgen een afbeelding te zien met daarbij een opdracht. Deze opdracht is heel vrij en werkt goed omdat ook het visuele deel aangesproken wordt.
Meer suggesties nodig? Kijk dan even bij English-Writing op de Pinterest pagina van het Talencentrum!

  • Gebruik Edmodo als communicatiemiddel na de lessen. Je kan cursisten even snel wijzen op een nieuwsitem bijvoorbeeld. Cursisten kunnen hetzelfde doen: ze kunnen jou wijzen op dingen die ze gevonden hebben of ze kunnen zich afmelden voor een les als ze ziek zijn. Voordeel is dat de mensen die afwezig zijn (cursisten of docenten) toch toegang hebben tot de opdrachten en het ingeleverde werk. Hierdoor organiseer je een deel van anytime-anywhere learning. 
  • Taaloefening. Alle communicatie tussen mij en mijn cursisten op Edmodo vindt plaats in het Engels waardoor cursisten blijven lezen en schrijven in de doeltaal. Ook interpunctie wordt op deze manier getraind. 
  • Rollenspellen. Het doen van rollenspellen bevordert kritisch denken omdat cursisten in zo'n situatie problemen op moeten lossen. De oplossing die ze aandragen wordt gelijk voorzien van feedback dus de gevolgen van een actie zijn gelijk duidelijk. Cursisten leren hierdoor dingen die ze in hun werkveld kunnen gebruiken, zoals samenwerking en empathie. In de steeds groter wordende klassen van tegenwoordig is het soms lastig om een rollenspel te integreren, ook omdat cursisten zich soms schamen als ze mee moeten doen. Je zou zo'n rollenspel digitaal kunnen maken op Edmodo door een fictief karakter aan je groep toe te voegen. Dit karakter zou vervolgens vragen kunnen stellen die de cursisten moeten beantwoorden. Ikzelf denk hier bijvoorbeeld aan het toevoegen van een ouder bij Onderwijsassistenten, een klant bij Bakkers, een opdrachtgever bij Event Management... 
  • Het is mogelijk om via Edmodo contact te onderhouden met coaches en ouders. Geef ze een code voor ouders en ze kunnen een kijkje nemen in je digitale klaslokaal! Je kan deze code vinden door eerst naar het kopje 'Members' te gaan. Je ziet dan rechts boven in een printer-icoontje. Als je hier op klikt kun je klikken op 'Parent codes'. Er wordt nu automatische een Excel bestand gedownload met daarin de namen van cursisten en de bijbehorende Parent Codes. 

  • Je kan natuurlijk ook een ruimte maken voor collega's. Hier zou je bijvoorbeeld materiaal uit kunnen wisselen. 
  • We hebben in het Talencentrum laatst een Twitterspeurtocht gedaan, maar dit zou je uiteraard ook via Edmodo kunnen doen door de foto's, polls en vragen te posten in je Edmodo klaslokaal! 
  • Het voeren van gesprekken wordt nu vaak geregeld via papier of mail. Organiseer dit via Edmodo, plaats de afspraken op de kalender en iedereen heeft altijd toegang tot dezelfde informatie ! Je zou bijvoorbeeld een Google Doc kunnen plaatsen met daarin de tijden waarop gesprekken plaats kunnen vinden. Cursisten vullen dit in en jij als docent plaatst de uiteindelijke planning in de agenda. 
  • Plan een soort chatsessie op de avond voor een belangrijk beoordelingsmoment. Cursisten plaatsen vragen in een Note op Edmodo. In deze sessie ben jij als docent een half uur beschikbaar om deze vragen te beantwoorden via een reactie op het bericht. Zo weet je ook zeker dat niet alle vragen door elkaar heen gaan lopen. Na dat half uur trek jij je terug en kunnen cursisten zelf verder discussiëren over de vragen!  
Hebben jullie zelf al ideeën over het inzetten van Edmodo? Wat zouden voor jou de grootste voordelen zijn? Ik hoor het graag! 

Mocht je nog behoefte hebben aan meer suggesties, klik dan hier

Lotte

vrijdag 1 februari 2013

De switch van Analoog naar Digitaal

In deze blog wil ik (Roos) mijn gedachtes met jullie delen over hoe het zou kunnen komen dat docenten de analoog-digitaal switch nog niet hebben gemaakt. Ik denk daarbij aan de mentale drempels waar collega's overheen moeten voordat ze ICT willen gebruiken in hun lespraktijken. Ik doe dit simpelweg omdat ik het fascinerend vind. En misschien jullie ook. En natuurlijk: Lotte en ik kunnen vanalles schrijven over hoe fantastisch sommige toepassingen of applicaties zijn maar als die niet worden toegepast dan heeft dat schrijven van blogs en enthousiast zijn op de werkvloer ook weinig nut. 
Wat ik voorop wil stellen is dat ik iedereen respecteer in zijn of haar eigen werkwijze en dat ik niemand veroordeel die geen ICT gebruikt. Soms vind ik het lastig om mij in anderen te verplaatsen, vooral als de verschillen groot zijn. Daarover in gesprek gaan helpt en veranderd vaak mijn blik (c.q. paradigma). De situaties die ik schets zijn vaak zwart-wit en gaan niet specifiek over mijn collega's. 


Naarmate ik deze blog schreef werd de scheiding tussen mijn visie op onderwijs en het gebruik van ICT steeds kleiner en kwamen deze twee erg dicht bij elkaar te liggen. Sterker nog, de twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat ik in deze blog beschrijf is dan ook vooral hoe ik het zie (vanuit mijn paradigma :)), wat niet per se de realiteit hoeft te zijn voor iedereen.

Digitalisering ondersteun ik niet omdat ik het nou zo leuk vind om cool te zijn met gadgets, maar omdat ik denk dat digitale middelen onderwijs interessanter en efficiënter kan maken. Gelukkig ben ik niet de enige die dat vindt, kennisnet is het met me eens. Kort samengevat zegt kennisnet het volgende in deze pdf:

De meerwaarde van ict in het onderwijs

Uit onderzoek blijkt dat de juiste inzet van ict in het onderwijs ervoor zorgt dat:

In het primair proces:
• de motivatie toeneemt.
• de leerprestaties verbeteren.
• het leerproces efficiënter wordt.
 


En het volgende(via deze link met veel informatie en filmpjes):
De leraar kan ict voor verschillende facetten van zijn beroep gebruiken en Kennisnet onderscheidt daarbij 3 kerntaken. Deze kerntaken sluiten aan bij de 3 beroepscontexten van de Onderwijscoöperatie (2012):

A.    Pedagogisch-didactisch handelen
B.    Werken in de schoolcontext
C.    Professionele ontwikkeling



En ook deze infographic, die in een oogopslag weergeeft wat kennisnet te melden heeft over ICT en Onderwijs:




Sinds de start van dit jaar zijn Lotte en ik druk bezig om te onderzoeken hoe het komt dat docenten in het talencentrum nog niet optimaal gebruik maken van de digitale middelen die er zijn.
Over het algemeen kunnen we daarover zeggen dat docenten het wel interessant vinden maar dat de switch van analoog naar digitaal veelal geen prioriteit heeft. Sommige docenten zien het als overbodig, of als extra werk om zich erin te verdiepen. Anderen zien het wel als onontkomelijk maar meer als iets voor de toekomst. Andere docenten zien misschien niet de didactische voordelen van digitalisering of hoe digitalisering hun werk kan verlichten. Er wordt ook gezegd dat de middelen er niet (genoeg) zijn.
Het gevoel dat ik zelf krijg is dat veel docenten het wel interessant vinden maar een drempel over moeten om zich eraan over te geven. Die drempel kan voor de een een deurpost zijn, voor de ander de Chinese muur.

Mijn collega Theo maakte net een hele mooie vergelijking met parachute springen. Als je gaat parachute springen bereid je je eerst goed voor op de grond en je doet een 'pakje' aan met de benodigde lussen en haken. Vervolgens stap je in een vliegtuig en wanneer die op de juiste hoogte is dan komt HET moment; het moment dat je in die deuropening staat, naar beneden kijkt en je je bedenkt of je durft of niet. Je kunt springen want dat is waarvoor je dat pakje aanhebt en in die deuropening staat. Je kunt ook weer het vliegtuig ingaan en zo een 'normale' landing maken. Of het vliegtuig kan eeuwig in de lucht blijven cirkelen, wachtend op het voor jou juiste moment om te springen. Niet springen is een optie maar kan voelen als falen.
De vergelijking met ICT gebruik in de lespraktijk is erg beeldend. Je kunt je verdiepen in applicaties -> de voorbereiding op de grond en je pakje aantrekken. Je kunt vervolgens de lucht in gaan -> het voornemen om ict in je les toe te gaan passen. Vervolgens sta je in die deuropening te wachten op het juiste moment -> ICT ook echt in je les toepassen. Zul je de sprong wagen of niet; zul je ICT gaan toepassen in je les? Je weet dat als je springt je niet meer terug kunt, je zult vallen maar hopelijk kom je wel weer met beide benen op de grond, een fantastische ervaring rijker.Het is nieuw, het is eng, je weet niet hoe het gaat voelen maar je denkt/vermoedt/hoopt dat het fantastisch is .......als je eenmaal zo veel energie hebt besteed aan je research en voorbereiding dan voelt het niet implementeren van ict in je les misschien ook als falen...

De mogelijke drempels/factoren die 'de switch' beinvloeden.

Wie is de bron?
In een 'klassieke' les (scenario 1) is de docent de enige bron van kennis en informatie. De docent bereidt de les voor en kopieert het nodige materiaal. Vervolgens begint de les. De docent kondigt aan wat er gedaan gaat worden die les en deelt de bijbehorende informatie uit of laat cursisten informatie overschrijven/aantekeningen maken van een bord of via uitleg. Er wordt in de les van alles gedaan door de cursist waar de docent 100% invloed op lijkt te hebben want de docent weet precies wat de cursist moet doen en ook hoe hij/zij dat zou moeten doen. De attitude en het niveau van de cursist lijken hierbij de enige variabelen. Dit lijkt een simpele en effectieve aanpak. De cursist wil/moet engels leren en de docent weet hoe.
Wat hierbij mijns inziens mist is dat de cursist geen of weinig keuze kan maken tijdens de les en niet of weinig aangemoedigd wordt om een professionele en onderzoekende houding te ontwikkelen.
Als de cursist geen keuzes kan maken in zijn/haar leerproces dan zal deze ook geen eigenaarschap voelen over het leren.

Dit heb ik niet zelf verzonnen, deze 'denkwijze' of 'visie' of hoe je het wilt noemen heet 'adaptief onderwijs' en heeft Luc Stevens ontwikkeld. Een visueel overzicht hiervan ziet er zo uit ('kind' moet dan natuurlijk 'student' zijn):

Overzicht uitleg:


Onder de basisbehoefte relatie wordt verstaan dat leerlingen zich geaccepteerd voelen, ze erbij horen, ze het gevoel hebben welkom te zijn, ze zich veilig voelen. Onder de basisbehoefte competentie wordt verstaan dat leerlingen ontdekken dat ze de taken die ze moeten doen, aankunnen; dat ze ontdekken dat ze steeds meer aankunnen. Onder de basisbehoefte autonomie wordt verstaan dat ze weten dat ze (in elk geval voor een deel) hun leergedrag zelf kunnen sturen.
Deze drie basisbehoeften samen bepalen het pedagogisch klimaat dat aan adaptief onderwijs ten grondslag ligt. Voor de docent die adaptief werkt, betekent dit dat hij zijn gedrag afstemt op deze basisbehoeften. Dat geldt zowel voor het didactisch en organisatorisch handelen als voor het pedagogisch optreden. Op die manier wordt onderwijs vormgegeven waarin leerlingen gemotiveerd zijn om aan het werk te gaan en waarvan ze uiteindelijk optimaal profiteren. Van dat onderwijs bestaan verschillende uitwerkingen, zowel op scholen als op onderwijsbegeleidingsinstituten. 


Wil je Luc Stevens eens een interessante speech zien geven? Kijk dan eens onderstaand filmpje: 


Wat is de rol van de docent als die niet meer de enige bron is?
Op het moment dat de docent niet meer de enige bron van informatie (vooral internet beschouw ik hier als tweede bron) en kennis is, verandert alles in de les (Scenario 2). De docent heeft namelijk minder controle op wat er gebeurt. Een leerling kan opeens stiekem facebooken of plagiaat plegen. Een leerling kan een site bezoeken die de docent niet kent, of de leerling kan kiezen voor een andere leerweg dan waar de docent bekend of comfortabel mee is. Kortom, onzekerheid is gegarandeerd. Wat ik hier het meest interessant aan vind is dat in het eerste scenario een beeld van de docent schetst als alwetende. Dit beeld lijkt me onmogelijk om na te leven en dan ook totaal niet realistisch. Toch lijkt de docent in het eerste scenario alles te weten en voor weinig onvoorziene vragen of kwesties te staan. Dit komt op mij over alsof de cursisten de enigen zijn die leren, en het lijkt alsof een docent niet goed genoeg is als hij/zij niet overal een passend antwoord op heeft. Met dat in het achterhoofd lijkt scenario twee dan ook totaal niet aantrekkelijk. Want waarom zou je in een onzekere situatie stappen als je weet dat scenario 1 ook werkt? Waarom zou je je kwetsbaar opstellen terwijl dat niet hoeft? In scenario 1 leren ze toch ook Engels? Ze halen daar toch ook hun examens? Dit lijkt mij een goede vraag waar volgens mij het volgende goed op aansluit: ontwikkeling is een cruciaal onderdeel van professionaliteit zoals aansluiten bij de doelgroep een cruciaal aspect is van contact maken met diezelfde doelgroep. Gebruik van ICT lijkt hier dus onontkoombaar (leren omgaan met ICT als professionele ontwikkeling en gebruik van ICT in de les als mogelijke aansluiting bij de doelgroep).

Visie en professionaliteit
Zoals ik eerder al aangegeven heb, merk ik dat mijn visie op onderwijs hand in hand gaat met mijn visie over ICT gebruik. Dus nu wil ik aan jou, bloglezer, vragen om na te denken over de volgende dingen: 
  • Wat is jouw visie op onderwijs en leren? 
  • Hoe zorg jij ervoor dat je je ontwikkelt? 
  • Welke plaats zou ICT kunnen hebben in dat geheel? 
Ik hoop dat doordat ik deze vragen stel en deze blog schrijf jij na gaat denken over hoe jij het ziet en zo anderen inspireert, bijvoorbeeld door ook een blog over te schrijven of een presentatie te geven of wat dan ook. Ik ben uitermate benieuwd naar de visies van anderen en hun blik op professionaliteit. Schroom dan ook vooral niet om deze met mij te delen.

Afgelopen vrijdag had ik een bespreking met mijn leidinggevende (Marcel) en Lotte (partner in crime) waarin we ook deze kwestie besproken. Nu ga ik natuurlijk niet vertellen wie wat zei maar ik kan je wel vertellen dat er op een gegeven moment iets gezegd werd als :'Door het gebruik van internet in de les haal je de wereld je lokaal in. Door het niet te gebruiken blijft de wereld buiten het lokaal.' Voila, dat zette me natuurlijk weer aan het denken. Ik ben het ermee eens, door het internet ligt de wereld aan je voeten, zowel positief als negatief. Deze opvatting maakt ook deel uit van een visie. Wil je wel de wereld erbij betrekken? Wil je een wereldburger zijn? Wil je buiten je comfort zone treden? Voor mij is het antwoord op deze vragen veelal 'ja' maar ik kan me ook inbeelden dat het antwoord voor sommigen 'nee' is en dat je visie dan ook anders is en dus je lespraktijken ook.


Ontwikkeling cursisten vs. ontwikkeling docenten
Cursisten gebruiken vaak gedurende de dag digitale toepassingen zoals: Facebook, Twitter, Hyves, Google en Youtube op hun (smart) phone, tablet of laptop. Voor hen is het de normaalste zaak van de wereld, hun leven is verweven met het gebruik van digitale middelen, zij zijn ermee opgegroeid. Dat is in het leven van docenten vaak niet het geval, die zijn mogelijk opgegroeid in andere tijden en hebben de digitalisering minder bewust meegemaakt of het is zelfs helemaal langs hen gegaan.
Er is hier dus sprake van een kloof. Je kunt het een generatie kloof noemen, ik noem het liever een digitale kloof omdat ik denk dat gebruik van ICT niks met leeftijd te maken hoeft te hebben. Als je kijkt naar de ontwikkeling van cursisten en technologie (in onderstaande infographics) dan word snel duidelijk dat dit geen trend is die over waait zodat we over vijf jaar weer met een krijtbord en papier in de weer gaan. Feit is dat de digitale ontwikkelingen van de laatste jaren ons leven permanent veranderd hebben. 
Ik denk dat het cruciaal is om die kloof te dichten omdat de belevingswereld van de cursist steeds meer verweven gaat worden met digitale toepassingen dan dat die nu al is. Op het moment dat de cursist zich digitaal blijft ontwikkelen en de docent niet dan word de kloof steeds groter. Het lijkt dan voor de docent steeds lastiger te worden om aan te sluiten bij de belevingswereld en dus om contact te maken met cursisten, ze uit te dagen in opdrachten en om hun te boeien in de les. 
Om die reden ben ik ervan overtuigd dat diegene die het minst bekwaam is in het gebruik van digitale toepassingen hier het initiatief moet nemen om de ander tegemoet te komen. In vele gevallen is dat de docent. 
Kortom: voor cursisten zijn digitale middelen heel normaal, een dagelijkse gang van zaken. Voor sommige docenten is het iets wat erbij komt of een onbekend fenomeen. Om onderwijs te blijven verbeteren is het zaak die kloof zo snel mogelijk te dichten. 

In onderstaande infographics word duidelijk hoe studenten en/of onderwijs zich ontwikkeld hebben op het gebied van ICT.





Paradigm

'The way you see something, your point of view, frame of reference or belief.'

De vraag die nu bij mij naar boven komt is: 'Hoe kunnen docenten het gebruik van ICT als anders / als positief gaan zien?'. Waar ik dan meteen aan denk is Steven Covey. Hij is de auteur van 'The 7 Habits of Highly Effective People'. Een boek waar ik al mee heb gewerkt op de hotelschool, en wat nu ook weer van pas komt. Het boek is geschreven in de jaren tachtig dus er is een grote kans dat je het al kent. Al dertig jaar geleden geschreven en toch nog relevant, dat is een enorme prestatie van hem.
In plaats van je te vragen dat boek te lezen (wat sowieso wel een aanrader is) kun je even onderstaand filmpje bekijken. In dit filmpje legt Meneer Covey himself uit wat een paradigm (paradigma) is en hoe je met een andere blik ergens naar kunt kijken. Natuurlijk gaat het boek over zo veel meer dan paradigma verschuivingen dus als je je nog een keer op een strand ligt te vervelen...
Wanneer je naar dit filmpje bekijkt, houd dan in je achterhoofd wat het betekent om van analoog naar digitaal te switchen in jouw lespraktijken (en verbaas je over hoe mensen er in de jaren 80 uitzagen).

Ik ben erg benieuwd of er een 'paradigm shift' heeft plaatsgevonden terwijl je dit filmpje keek! Het gebeurde wel bij mij toen ik dit 'verhaal' in ' The 7 Habits of Highly Effective People' las. 


Deze blog in het kort
Kennisnet
Volgens Kennisnet neemt door de juiste inzet van ICT de motivatie van cursisten toe, worden de leerprestaties van cursisten verbeterd en word hun leerproces efficiënter. 
Wie is de bron?
Als de docent niet meer de enige bron van kennis en informatie is kan dit ruimte geven voor een andere aanpak, bijvoorbeeld adaptief onderwijs ; drie basisbehoeften bepalen het pedagogisch klimaat: competentie, autonomie en relatie. 
Visie en professionaliteit
Wat is jouw visie op onderwijs? In hoeverre beinvloedt deze jouw lespraktijken? 
Ontwikkeling cursisten en docenten
De meeste cursisten groeien op met digitale middelen terwijl de meeste docenten niet zo zijn opgegroeid, waardoor er een 'digitale kloof' is ontstaan, die alleen dicht gemaakt kan worden door initiatieven van de docent.  
Paradigm
Hoe je iets bekijkt heeft alles te maken met hoe je iets aanpakt. Hoe kun je de dingen door een andere 'bril'  gaan bekijken?
Tot slot:
Als laatste wil ik graag iedereen die deze blog leest uitnodigen om feedback te geven. Kan je even niks verzinnen, laat dan gewoon even weten wie je bent en wat je ervan vond! Ik ben namelijk erg benieuwd wie onze blog lezers zijn en wat ze/jullie ervan vinden! 

dinsdag 29 januari 2013

Een webquest maken met Zunal

Tijdens de bijeenkomst van onze Digitrajectgroep hebben we besproken of er ook onderwerpen zijn die jullie graag zouden willen zien in deze blog. Webquest maken met Zunal stond al op de lijst en werd vanmiddag genoemd, en aangezien wij graag spijkers met koppen slaan: hier is hij dan! 

First things first: wat is nou eigenlijk een webquest?
Een webquest is een lesvorm die activerend en interactief is. Het is een onderzoeksgerichte opdracht (een soort speurtocht) waarbij de informatie geheel of voor een groot deel afkomstig is uit bonnen op internet, zegt Wikipedia. Cursisten kunnen hierdoor op gestructureerde wijze informatie zoeken, vinden en bestuderen. Vaak hebben deelnemers aan een webquest een rol, en in die rol moeten zij een eindproduct maken. De informatie die ze hiervoor nodig hebben vinden ze voornamelijk op internet en wordt voorgestructureerd door de makers van de webquest, de docenten. Een webquest bestaat meestal uit de volgende zeven onderdelen:
  • 1. Introductie
  • 2. Taak
  • 3. Bronnen
  • 4. Werkwijze
  • 5. Evaluatie 
  • 6. Conclusie
  • 7. Docentenpagina
Cursisten kunnen hierdoor zelfstandig aan de slag en werken aan een groter eindproduct. Dit kan een werkstuk zijn, een website of bijvoorbeeld een portfolio. Een webquest kan zo lang duren als je zelf wil: één les maar ook een hele periode. Elke docent kan een webquest maken en deze webquest kan over elk gewenst onderwerp gaan. 

Klik hier voor een voorbeeld van een webquest over het decoreren van een taart.  

Klik hier voor een lijst van webquests voor het MBO. 

  1. Door het doen van een webquest maken cursisten effectief gebruik van internet. Het is niet de bedoeling dat de docent de cursisten naar een website stuurt voor wat knip- en plakwerk, maar dat de cursisten naar een internetbron gaan waar ze vervolgens goed na moeten denken over het onderwerp.  
  2. Het gebruiken van webquests kan een positieve invloed hebben op de motivatie van cursisten. Cursisten hebben in eerder onderzoek aangegeven dat ze deze manier van leren prettiger vinden omdat het hun nieuwsgierigheid aanspreekt (Abbit & Ophus, 2008).
  3. Een webquest vereist samenwerking, waarin cursisten dus ook getraind worden als ze werken met een webquest. Door het werken in groepen kunnen cursisten input geven op verschillende vlakken zoals voorkennis, vaardigheden en houding.  
  4. Webquests bieden mogelijkheden om te differentiëren op het gebied van inhoud en werkwijze. Docenten kunnen verschil maken in eindproducten om rekening te houden met verschillen tussen cursisten. 
  5. Het gebruiken van een webquest is een manier om technologie te integreren in lessen en in leren. Cursisten met handicaps die technologie gebruiken zijn vaak gemotiveerder en blijken meer opdrachten af te krijgen. 
  6. Het is makkelijker om rekening te houden met cursisten met bijvoorbeeld dyslexie omdat teksten heel makkelijk aangepast kunnen worden (lettertype, lettergrootte, onderstrepen, voorlees websites). 
  7. Een webquest voorziet cursisten van:  
  • een gestructureerde omgeving
  • duidelijke stappen die ze moeten uitvoeren om het resultaat te behalen
  • een lijst van geschikte bronnen
  • instructies voor het verzamelen van informatie voor het project. 
  1. Kies een onderwerp waarvan je vindt dat het goed behandeld moet worden en waarover je goed informatie kan vinden op internet. 
  2. Wat moeten je cursisten beheersen na het uitvoeren van de webquest? 
  3. Hoe moeten de cursisten de opdracht uitvoeren?
  4. Wat levert de webquest concreet op? Een verslag? Een presentatie?
  5. Welke informatiebronnen kunnen gebruikt worden? Zoek minstens vijf websites. 
  6. Hoe wordt de opdracht beoordeeld?
  7. Maak een terugblik. 
  8. Op de docentenpagina beschrijf je zaken die van belang zijn voor de docent, maar niet voor de cursist.
Waar kan ik een webquest maken?
Er zijn verschillende websites waar je dit kan doen. Ik werk graag met Zunal, maar je kan ook prima een webquest maken met Wikispaces of Webkwestie. Voordeel van Webkwestie is dat het Nederlands is, en dat ze beschikken over een hele mooie stap-voor-stap uitleg. Ook moet je bij Webkwestie je webquest insturen ter beoordeling, dus als je een webquest uit hun database gebruikt weet je zeker dat deze in orde is. Omdat alles op Webkwestie zo duidelijk beschreven is, focus ik mij vandaag op Zunal

Stap voor stap naar je eerste webquest! 

Stap 1: Ga naar www.zunal.com en klik op de roze knop met 'Register Free'. 











Stap 2: Maak een account aan. Je kan bij Zunal slechts één account aanmaken, en je account mag ook alleen door jou gebruikt worden. Als je met meerdere mensen samen wil werken kan dat, maar alleen als iedereen een eigen account heeft. Op dit gratis account kan je één webquest plaatsen. Als je meer webquests tegelijk wil hebben kan je upgraden naar een Pro account ($20, dus ongeveer 15 euro, voor drie jaar). Of je kan natuurlijk met een ander e-mail adres stiekem nog een nieuw account maken.. Dit is wel wat ik het grootste nadeel vind van Zunal. 

Stap 3: Gelukt? Druk dan op Click Here en log in! Je ziet nu het volgende scherm: 





Klik op de roze knop om je eerste webquest te maken. 

Stap 4: We kiezen voor de blauwe knop met 'Create a webquest from scratch'. Hiermee maak je een nieuwe webquest waarbij je alles zelf in moet vullen. Als je hiermee klaar bent kun je je pagina's nog updaten, dus geen zorgen als het niet in één keer perfect is !

Stap 5: Je ziet nu een pop-up. Hierin kies je de titel van je webquest. Om verder te gaan klik je op de blauwe knop met 'Create now'. Om te beginnen met werken klik je hierna op de roze knop met 'Continue'. 

Stap 6: We zijn nu in de webquest aangekomen, en wel op de Welkom pagina. Als het goed is zie je midden in je scherm een aantal grijze knoppen: Update Image om een afbeelding toe te voegen, Update webquest Information om je webquest specifieker te maken en Add Resources om bronnen toe te voegen. Als je op 'Update Webquest Information' klikt, zal je zien dat duidelijk beschreven wordt wat je in moet vullen. 




















Dit is eigenlijk wat Zunal de hele tijd doet: het geeft je een hoofdstuk en een beschrijving van de dingen die je moet vermelden in dat hoofdstuk. Ideaal! Kijk bijvoorbeeld naar Task: 




Stap 7: Stel.. Je hebt de Welcome pagina ingevuld en je wil een Engels-Nederlands woordenboek toevoegen als link zodat je cursisten deze kunnen gebruiken. Hiervoor klik je op de knop Add Resources. Je krijgt een pop-up met een aantal opties, waarvan ik de eerste nog nooit gebruikt heb. Ik gebruik vooral Add Website, Attach a file en Attach a Photo.  Voor een online woordenboek kies je dus optie 2: Add Website URL. Je typt een titel, je plakt de link en eventueel typ je een beschrijving. Klik op Save Now en je link is toegevoegd. 
Door aan de linkerkant van dit schermpje op Video te klikken kan je.. Je raadt het nooit.. Video's toevoegen... 

Er is van alles mogelijk, probeer het uit en klik gewoon eens ergens op zou ik zeggen! Zunal geeft bijna overal voorbeelden bij, dus er kan weinig mis gaan.. Voor een idee van alle dingen die je toe kan voegen, kijk eens op de Process pagina van de webquest die ik gebruikte voor Styling&Design

Zo, de blog is af! Net op tijd voor periode 3! Ik begin donderdag 7 februari aan een nieuwe webquest voor mijn groep Interior Design en ik ben heel benieuwd wat jullie gaan doen! 

PS: een webquest is heel goed te combineren met Edmodo! En met Flipping the Classroom! 

zaterdag 19 januari 2013

Dropbox

Een van de eerste online toepassingen die ik zelf ben gaan gebruiken is dropbox. Het begon op school. Als er weer eens een verslag getypt moest worden, of als we gingen samenwerken was het een enorm gedoe om elkaar steeds te emailen. Het kwam vaak voor dat er per ongeluk iemand 'buitengesloten' werd, wat natuurlijk niet prettig is. Om dat allemaal te omzeilen heb ik dropbox gedownload en heb ik alle klasgenoten uitgenodigd om een map te delen. Het resultaat is er nog steeds, we delen met 29 mensen een map wat een centrale plek is voor aantekeningen, verslagen en andere bestanden die we willen delen. Ideaal!

Als je geen idee hebt wat dropbox is kijk dan eens dit filmpje:



Dus: dropbox is een online service waarop je documenten, foto's en muziek kunt bewaren. Doordat dropbox te gebruiken is via de website of een app is het te gebruiken op je computer, laptop, tablet en smart phone. Dropbox synchroniseert jouw data automatisch op alle apparaten waarop je dropbox geinstalleerd hebt. Dit betekent dat je altijd overal bij elk document, elke foto of muziek kunt.

De voordelen van dropbox:
  • Als je thuis werkt hoef je het niet meer naar jezelf te emailen. Je bewaart het op dropbox en opent dropbox op je werk en je kunt er weer mee verder.
  • Je kunt folders delen met anderen. Denk hiermee aan een folder delen met collega's met die je een groep draait, alle collega's in het algemeen of units . Als je eenmaal een map deelt met anderen hebben zij exact hetzelfde in hun map als jij. Ook geeft hun computer het aan als er iets veranderd is in een map.
  • Je zou voor elke groep waaraan je lesgeeft een map kunnen maken en die delen met de desbetreffende cursisten. Jij en je cursisten hebben toegang via die map vanaf elke computer, smartphone of tablet. Dit betekent dat jij als docent in deze map opdrachten, worksheets, etc  kunt plaatsen en dat cursisten hier hun huiswerk kunnen 'inleveren'.
  • Je kunt dropbox gebruiken voor prive doeleinden zowel als professionele doeleinden. Je kiest zelf welke map je met wie deelt, of juist prive houdt. Zo heb je alle documenten op 1 plek en hoef je niet meer te zoeken.
  • Als je een map deelt met foto's dan geeft dat anderen de gelegenheid om deze foto's op te slaan op hun computer. Foto's delen door middel van email is veelal lastig omdat je maar een beperkte hoeveelheid geheugen hebt in een email. Resultaat hiervan is dat je vaak meerdere emails moet sturen om alle foto's te delen. Als je foto's deelt in een dropbox map is dat veel eenvoudiger. Bovendien kun je foto's die je maakt met smartphone of tablet meteen op dropbox opslaan en dus meteen delen met anderen. 
  •   Voor de gevorderde gebruiker: het is mogelijk om via dropbox documenten te delen via een url. Het is ook mogelijk om documenten te emailen naar dropbox zodat ze in jouw map staan. Je kunt ook google doc documenten in je dropbox bewaren. Ook is het mogelijk om een gesprek/gesproken bericht op te nemen en deze te delen in een gedeelde map, zodat je niet meerdere mensen op hoeft te bellen met dezelfde mededeling.
  • Documenten worden in de cloud bewaard,dus heb je meer ruimte op je computer/tablet/smartphone.
  • De service van dropbox is GRATIS
  • Doordat je data word bewaard in de cloud geldt dropbox ook als een Backup. Als jouw computer om wat voor reden verloren gaat dan staat jouw data bij dropbox altijd online.
De nadelen van dropbox:
  • Op dit moment is het niet mogelijk om dropbox te installeren op de computers op het talencentrum. Dit komt door de firewalls die we hier hebben. Een lichtpuntje hier is wel dat ik een docent heb gezien van een andere afdeling die het wel had geinstalleerd op zijn account. Het is dus wel mogelijk...!Omdat dropbox niet geinstalleerd moet worden is het niet gebruiksvriendelijk. Je kunt namelijk dan alleen via de website met dropbox werken. Dat is prima als je alleen de documenten o.i.d. wilt downloaden en uitprinten of gebruiken. Als je de documenten o.i.d. wilt bewerken moet je ze eerst downloaden, bewerken, saven en weer uploaden. Dit is heeel onhandig.
  • Als je dropbox installeert krijg je 2GB ruimte. Dit is vaak wel genoeg voor een grote hoeveelheid documenten. Vaak is het niet genoeg om daarnaast nog een grote hoeveelheid foto's of video's op te slaan. Op de website van dropbox staan een aantal tips om meer ruimte te krijgen. Het meest efficient (uit ervaring;)) is zorgen dat mensen dankzij jou dropbox installeren, bijvoorbeeld nadat je ze hebt uitgenodigd voor een gedeelde map.
  • Omdat dropbox jouw data bewaart 'in de cloud' (wat betekent dat niemand echt precies weet waar) is het niet verstandig om vertrouwelijke informatie erop te bewaren. Heb je documenten die wel vertrouwelijk zijn en die je dus niet kwijt wilt raken? Bewaar ze dan op een schijfje of usb stick die je op een veilige plek bewaart.

Wil je meer opties van dropbox bekijken? Kijk dan eens op deze website
Wil je nog een blog over dropbox lezen van een enthousiaste docent? Kijk dan hier en hier

dinsdag 15 januari 2013

Flipping the classroom

Flipping the classroom klinkt heel interessant...  Ik kwam deze term tegen op inspiratie-walhalla Pinterest en ging op onderzoek uit. Ik kwam steeds meer tegen en het zette me aan het denken. Dit concept is anders, het is interessant, het is inspirerend. Het kan cursisten aanzetten tot zelfwerkzaamheid, tot eigen inzichten creëren, tot niet consumeren maar zelf nadenken. Kortom: ik vind het een fantastisch idee. Kijk nu even dit filmpje van kennisnet zodat je erachter komt wat het nou eigenlijk is:


Nu heb je wat meer geleerd over flipping de classroom. Is het nog een beetje onduidelijk? Bekijk dan eens deze infographic:

Hier nog even een korte uitleg:

Zoals de term 'flip' eigenlijk al aangeeft draai je de les om. Een 'normale' les ziet er zo uit : in de les geeft de docent uitleg en geeft huiswerk mee. Een 'geflipte' les ziet er zo uit: thuis kijken cursisten naar een instructiefilmpje met uitleg en in de les maken ze hun huiswerk.

Het voordeel hiervan is:
  • Cursisten kunnen de uitleg bekijken op hun eigen tempo, en desgewenst vaker bekijken.
  • Cursisten krijgen de mogelijkheid om vragen te stellen aan klasgenoten of de docent via een online discussie. Door te praten over het onderwerp beklijft kennis beter en is het leerresultaat optimaler.
  • Cursisten zijn bij de docent wanneer ze de meeste vragen hebben, namelijk bij de toepassing van de stof.
Nadelen kunnen zijn:
  • Als cursisten hun ' huiswerk'  niet doen, namelijk de instructie filmpjes niet bekijken, dan kunnen ze hun huiswerk in de les niet doen. Dit is pas te controleren op het moment dat de cursist aan de slag gaat en vervolgens geen idee heeft waar het over gaat. Dit zou per docent verschillende consequenties kunnen hebben : de een zegt misschien ' je huiswerk niet gedaan is de les niet in' waar de ander misschien zegt ' zoek een computer en bekijk het filmpje alsnog'. Dit zou verwarring onder cursisten op kunnen leveren en zou uiteindelijk het hele concept onderuit kunnen halen (als cursisten alsnog de filmpjes in de les mogen kijken dan is dat geen 'geflipte' les meer).
  • Het vinden van goede instructiefilmpjes kan lastig zijn. Maar, met de komst van pinterest en youtube , en vooral het delen van informatie tussen collega's zou dat probleem moeten kunnen minimaliseren/oplossen. Het zou een idee kunnen zijn om een collectief platform op te richten met instructie materiaal. Bijvoorbeeld een bord op pinterest of een speciaal youtube kanaal waar alle cursisten makkelijk instructie filmpjes kunnen vinden. 

OK. Als het goed is heb je nu een globaal idee van ' flipping the classroom'. De hamvraag is hoe je het zelf kunt toepassen in je les! De mogelijkheden lijken eindeloos. Waar je naar mijn mening goed over na moet denken is: wat doen de cursisten thuis en wat doen ze in de les? Welke materialen hebben ze daarvoor nodig? Hoe communiceren we (over vragen, extra uitleg, evaluatie, voortgang)?

Een mogelijkheid om de les te flipped is met ed-ted. Bekijk het filmpje hieronder maar eens:
Wauw! Nu weet je dat je met ted-ed een les kunt flippen met een filmpje van Ted (een geweldig platform trouwens, vol met inspirerende presentaties van professionals en experts), maar ook een filmpje van youtube! Dit betekent dat je niet zelf het wiel hoeft uit te vinden, maar dat je elkaars materiaal kunt (her)gebruiken.

Waar vind ik een goed instructie filmpje?

Als deze blog jou heeft geinspireerd en je wilt graag aan de slag bekijk deze websites dan eens voor instructie filmpjes:


Let's get flipping!